Vrouwe Justitia

Wijziging Rechtsvordering en Faillissementswet

De Best en Partners Beslagvrije voet, Faillissement, Nieuws, Wetgeving, wetswijziging

In de komende maanden vinden er wetswijziging plaats van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet. Het is de bedoeling dat daarmee het bestaansminimum van schuldenaren wordt beschermd, te voorkomen dat beslag en executie alleen als pressiemiddel worden ingezet en om beslag en executie efficienter te maken.

Op 01 oktober 2020 treden de eerste veranderingen in en de belangrijkste wijzigingen zijn –kort gezegd-:

Beslagmoment

Beslag op roerende zaken ligt op het moment dat de deurwaarder de zaken waarneemt. Hiermee komt een einde aan de discussie over het beslagmoment, wanneer het beslag nu ligt; op het moment dat de deurwaarder de zaken ziet, op het moment dat hij zijn proces-verbaal van beslaglegging maakt of op het moment dat hij het beslagexploot aan de schuldenaar (over)betekend.

Beslagverboden

Onder het beslagverbod vallen de inboedel van de door de schuldenaar bewoonde woning, kleding, levensmiddelen, zaken voor persoonlijke verzorging en algemene dagelijkse levensbehoeften, zaken die nodig zijn om inkomen te genereren of voor scholing of studie, hoogstpersoonlijke zaken, gezelschapsdieren en zaken voor verzorging. Het beslag op roerende zaken wordt hiermee vrijwel volledig verboden, met uitzondering van zaken die bovenmatig zijn. Dit laatste zal niet vaak voorkomen. De deurwaarder moet kunnen vaststellen of er al dan niet voor beslag vatbare zaken zijn en kan hiervoor de woning binnen gaan.

Beslag op zaken is niet toegestaan als “voorzienbaar” is dat de kosten hoger zullen zijn dan de opbrengst, tenzij aannemelijk kan worden gemaakt dat de schuldenaar niet onevenredig zwaar in zijn belangen wordt getroffen.

Binnentreden

In de oude wet werd vermeld dat de deurwaarder voor beslag de woning mocht binnentreden en er stond niet dat de deurwaarder dit ook voor daaruit voorvloeiende taken mocht. Hierdoor kon de situatie ontstaan dat de schuldenaar toegang weigerde bij een executieverkoop. In de wet is nu vastgelegd dat de deurwaarder niet alleen bij beslag, maar ook bij al hetgeen hieruit voortvloeit de bevoegdheid heeft om binnen te treden, met bijstand van politie (een hulpofficier van justitie). Denk hierbij aan dus aan executieverkoop of bewaarneming.

Verklaring derdenbeslag

Bij derdenbeslag (meestal “loon”beslag) zal het model verklaringsformulier voortaan in enkelvoud worden bijgevoegd. De derde en de deurwaarder mogen afspreken dat het modelformulier niet wordt gebruikt.

Verklaringstermijn

De derde (meestal de werkgever of uitkeringsinstantie) moet na beslaglegging een verklaring afleggen (of er iets onder beslag valt en zo ja, hoeveel er onder beslag valt). De termijn die de derde heeft om die verklaring af te leggen wordt aangepast van 4 naar 2 weken.

Ontruimingen

Als er in een exploot bevel tot ontruiming wordt gedaan, zal de datum van ontruiming in het exploot moeten worden vermeld, dus niet “op een nader te bepalen datum” of iets dergelijks. Gaat de oorspronkelijke ontruiming niet door, dan zal de nieuwe ontruimingsdatum weer bij exploot moeten worden aangezegd minimaal 3 dagen voorafgaand aan de nieuwe ontruimingsdatum.

Per 01 januari 2021 en 01 april 2021 zijn er verdere veranderingen voorzien.

Veranderingen die betrekking hebben op de beslagvrije voet (dat deel van het inkomen waar geen beslag op kan worden gelegd).

Voor het bankbeslag gaat er ook een beslagvrije voet gelden en het bankbeslag moet digitaal worden gelegd als de bank dit wenst.

De derdebeslagene (werkgever/bank) mag kosten gaan rekenen voor de verklaring en afhandeling van het beslag.

De deurwaarder zal bij banken kunnen informeren of de bank geld onder zich heeft van de schuldenaar. Hiermee wordt beoogt dat nodeloze beslagen worden voorkomen.

Executieverkopen zullen niet meer worden aangekondigd in een (landelijk) dagblad, maar centraal op de website van de beroepsorganisatie KBvG.

De deurwaarder mag executieverkopen via internet (laten) houden.

De deurwaarder zal een bureaubeslag kunnen leggen op voertuigen met registratie van het beslag bij de RDW zodat de mogelijkheid tot een tenaamstellingswijziging door de schuldenaar kan worden geblokkeerd.

Bij ontruiming van een woonruimte zal de gemeente tenslotte voor afvoer van de inboedel moeten zorgen. De kosten hiervoor kan de gemeente in rekening brengen bij de executant (verhuurder).